| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Massage van de rugPak een willekeurig plaatje met als onderwerp massage en de kans is groot dat het een massage van de rug is. OntspanningsmassageBij een ontspanningsmassage zal het gebied vaak in één keer worden gemasseerd. U ligt daarbij op de buik, de benen toegedekt met een handdoek. Met een variatie aan massagegrepen en technieken worden alle spieren van de rug lekker los gemasseerd. Eventueel worden er ook warme stenen gebruikt (hotstones). De weldadige warmte geeft nog meer ontspanning. RugklachtenBij rugklachten denkt u misschien al gauw aan zaken als kapotte of versleten tussenwervelschijven, of ingeklemde zenuwen. Gelukkig is het meestal een spierenkwestie. En al zou er misschien ook iets anders aan de hand zijn, dan is het in ieder geval verstanding om eerst de klachten op te lossen die door de spieren worden veroorzaakt.Bij rugklachten heeft elke spiergroep z'n eigenaardigheden. Daarom op deze pagina per regio wat uitleg over de spieren en hun functie, de problemen die er kunnen optreden en hoe deze met massage kunnen worden behandeld. Langs de ruggengraatOp het midden van de rug lopen vlak langs de ruggengraat de lange rechte rugspieren, helemaal van de onderrug tot aan de nek. (o.a. Erector Spinae, Multifides).
Het zijn een paar grote bundels van individuele spiertjes die de rugwervels zodanig met elkaar verbinden dat ze de wervelkolom kunnen strekken,
en ook meehelpen met draaien en zijwaarts buigen. Bovenrug en schoudersZie hiervoor de pagina Schouders & nek. De spieren in dit gebeid die niet verbonden zijn met de schouderbladen of armen behoren formeel tot de rug, maar ze worden meestal behandeld als onderdeel van een massage van de schouders. Het midden van de rugDit is het gebied van de ribben met de spieren daartussen. Langs de ruggengraat lopen ook hier aan beide zijden de lange rugspieren. Helemaal aan de oppervlakte ligt een tweetal grote platte spieren die naar schouders en armen lopen (resp. Latissimus Dorsi en Trapezius). Deze spieren bedekken samen het grootste deel van de rug. Vanwege deze twee spieren mag een massage van het midden van de rug dus ook niet ontbreken bij een massage van de schouders. Tussen de ribben en de bekkenrandTussen de bekkenrand en de onderste ribben zit enige afstand om een zijwaartse beweging van de ribbenkast ten opzichte van het bekken mogelijk te maken. Extra ribben zouden daarbij alleen maar in de weg zitten. Ter hoogte van de onderrug en buik wordt de wand van de romp daarom gevormd door een corset van spieren, terwijl de rugwervels daar de enige botten zijn. Dit maakt massage van dit gebied bijzonder, omdat er geen benig gedeelte is dat de druk op de spieren kan opvangen. Behalve de lange rechte rugspieren bevat dit gebied de volgende spieren: Schuine buikspierenHet spiercorset van de buikwand dat loopt tot aan de achterkant van de rug, zorgt onder andere voor stabiliteit van de ribbenkast ten opzichte van het bekken.
Hoofdrol is hierbij weggelegd voor de schuine en dwarse buikspieren. Deze lopen helemaal door tot de rug. Vierkante lendespier (quadratus lumborum)Enigzins verstopt onder de lange rechte rugspieren bevindt zich ter hoogte van de onderrug aan beide kanten een spier die nogal eens betrokken is bij rugklachten: de vierkante lendespier. Deze spier ligt dus wat dieper en hecht van onderen aan de bekkenrand en van boven aan de onderste rib. Daartussen lopen de spiervezels ook nog schuin naar de wervelkolom. Door de ligging zijn deze spieren bij massage wat lastiger te bereiken. Het is daarom van belang dat de spieren erboven eerst goed losgemasseerd worden. Daarna kan pas goed met de massage van deze spieren begonnen worden. Vooral de massage van aanwezige triggerpoints kan het begin van de oplossing zijn van klachten die misschien al lange tijd aanwezig zijn. Grote lendespier (psoas major)Helemaal diep verstopt zijn de grote lendespieren. Dit zijn een paar flinke spieren die binnen in de romp van de rugwervels naar
de dijbenen lopen. Ze dienen voor het buigen van het been in het heupgewricht bij het optillen van het been en omhoog komen vanuit ligpositie.
Ze trekken daarbij dus aan de binnenkant van de rugwervels, waardoor de rug hol trekt. Dit wordt weer gecompenseerd door de buikspieren
(probeer maar eens: als je je been optilt span je de buikspieren aan, terwijl die niet met de benen verbonden zijn) Onder de bekkenrandDe spieren die onder de bekkenrand aanhechten zijn de bilspieren.
Ze verbinden het bekken met het bovenbeen. Ze dienen er vooral voor om de benen te strekken ten opzichte van de rug. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||